Dagvaarding echtscheiding



Dagvaarding in echtscheiding

De inleiding van een echtscheidingsgeding kan afhankelijk van het geval gebeuren met een verzoekschrift of een dagvaarding.

Enkel wanneer de wet deze mogelijkheid expliciet voorziet is de rechtsingang bij verzoekschrift mogelijk. De dagvaarding is dus de algemene regel.

Het gerechtelijk wetboek regelt de wijze van inleiding van de echtscheidingsprocedure.

Art. 700 Ger.W. bepaalt dat de hoofdvorderingen op straffe van nietigheid van deze vordering bij dagvaarding ingeleid worden, uitgezonderd de bijzondere regels inzake de vrijwillige verschijning en het verzoekschrift.

De dagvaarding bevat een aantal verplichte vermeldingen volgens art. 43 Ger.W., het gaat in het bijzonder om:

- De datum en de plaats van de betekening.

- De naam, voornaam, het beroep en de woonplaats van wie de dagvaarding laat betekenen.  

- De naam, voornaam en de woonplaats van de persoon voor wie de dagvaarding is bestemd.

- De naam en voornaam van de gerechtsdeurwaarder, alsook het adres van zijn kantoor.

- Een opgave van de kosten van de dagvaarding.

Verloop van de echtscheidingsprocedure

De vordering wordt steeds ingeleid voor de bevoegde familierechtbank.

De inleidende zitting vindt plaats op de datum en het uur vermeld in de dagvaarding. Sinds kort is de persoonlijke verschijning op de zittingen niet meer vereist. Het is dus perfect mogelijk zich volledig te laten vertegenwoordigen door een advocaat.

De zittingen van een familierechtbank kunnen vaak duren. Afhankelijk van de gebruiken worden de zaken behandeld volgens anciënniteit van de advocaat of volgens de volgorde op de zittingsrol.

Rechtsbronnen

 

Art. 700 Ger.W. Hoofdvorderingen worden (op straffe van nietigheid) bij dagvaarding voor de rechter gebracht, onverminderd de bijzondere regels inzake vrijwillige verschijning en rechtspleging op verzoekschrift. 
De akten, nietig verklaard wegens overtreding van deze bepaling, stuiten de verjaring alsmede de termijnen van rechtspleging toegekend op straf van verval.

Art. 1254 Ger.W. § 1. De vordering tot echtscheiding op grond van artikel 229, § 2, van het Burgerlijk Wetboek wordt ingesteld bij een verzoekschrift ondertekend door iedere echtgenoot of ten minste door een advocaat of een notaris.
De vordering tot echtscheiding op grond van artikel 229, § 3, van het Burgerlijk Wetboek kan worden ingesteld bij verzoekschrift.

Art. 229 BW. § 1. De echtscheiding wordt uitgesproken wanneer de rechter vaststelt dat het huwelijk onherstelbaar ontwricht is. Het huwelijk is onherstelbaar ontwricht wanneer de voortzetting van het samenleven tussen de echtgenoten en de hervatting ervan redelijkerwijs onmogelijk is geworden ingevolge die ontwrichting. Het bewijs van de onherstelbare ontwrichting kan met alle wettelijke middelen worden geleverd.
§ 2. De onherstelbare ontwrichting bestaat wanneer de aanvraag gezamenlijk wordt gedaan door de twee echtgenoten, na meer dan zes maanden feitelijk gescheiden te zijn of wanneer de aanvraag tot tweemaal toe werd gedaan overeenkomstig artikel 1255, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek.
§ 3. De onherstelbare ontwrichting bestaat ook wanneer de aanvraag wordt gedaan door één enkele echtgenoot na meer dan één jaar feitelijke scheiding of wanneer de aanvraag tot tweemaal toe werd gedaan overeenkomstig artikel 1255, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek