Internationale echtscheiding



Er is sprake van een internationale echtscheiding van zodra er een aanknopingspunt is met een vreemd element.

Dit kan de verblijfplaats zijn van één van de echtgenoten, de plaats waar het huwelijk voltrokken is, ...

In dat geval dient gezocht te worden naar de bevoegde rechter (het zogeheten forum) en het toepasselijk recht. Deze kunnen verschillen naargelang het de echtscheidingsvordering zelf, dringende en voorlopige maatregelen, het huwelijksvermogensstelsel, enz. betreft.

Bevoegde rechter

Binnen Europa dient toepassing gemaakt te worden van de Brussel IIbis verordening nr. 2201/2003 van 27 november 2003, betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid.

De Brussel IIbis verordening heeft een zeer ruime werking. Slechts wanneer deze verordening geen enkele rechter van een EU-lidstaat bevoegd maakt, dient teruggevallen te worden op de algemene regels van internationaal privaatrecht.

Art. 3.1 Brussel IIbis verordening biedt zeven verschillende gronden waarop de EU-rechter zijn bevoegdheid kan steunen:

1. Op het grondgebied waarvan de echtgenoten hun gewone verblijfplaats hebben

2. of zich de laatste gewone verblijfplaats van de echtgenoten bevindt, indien een van hen daar nog verblijft

3. of de verweerder zijn gewone verblijfplaats heeft

4. of in geval van een gemeenschappelijk verzoek, zich de gewone verblijfplaats van een van de echtgenoten bevindt;

5. of zich de gewone verblijfplaats van de verzoeker bevindt, indien hij daar sedert ten minste een jaar onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek verblijft

6. of zich de gewone verblijfplaats van de verzoeker bevindt, indien hij daar sedert ten minste zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek verblijft en hetzij onderdaan van de betrokken lidstaat is, hetzij, in het geval van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, daar zijn „domicile” (woonplaats) heeft.

7. De lidstaat waarvan beide echtgenoten de nationaliteit bezitten of, in het geval van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, waar beide echtgenoten hun „domicile” (woonplaats) hebben.

Toepasselijke recht

Eénmaal de juiste rechter is gevonden, stelt zich de vraag naar het recht dat deze rechtbank dient toe te passen.

Hiervoor moet gekeken worden naar de Rome III verordening nr. 1259/2010 van de Raad van 20 december 2010 tot nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed.

In de eerste plaats wordt gekeken naar de rechtskeuze van de echtgenoten. Wanneer deze rechtskeuze niet vaststaat, of deze valt niet onder één van de vier keuzemogelijkheden van artikel 5 maakt de Rome III verordening toepassing van een objectieve aanknoping:

"Indien geen rechtskeuze in de zin van artikel 5 heeft plaatsgevonden, worden echtscheiding en scheiding van tafel en bed beheerst door het recht van de staat:

a) waar de echtgenoten op het tijdstip van aanhangigmaking van de zaak hun gewone verblijfplaats hebben; of, bij gebreke daarvan,
b) waar de echtgenoten hun laatste gewone verblijfplaats hadden, voor zover dat verblijf niet meer dan één jaar vóór de aanhangigmaking van de zaak is geëindigd, en mits een van
de echtgenoten op het tijdstip van aanhangigmaking nog in die staat verblijft; of, bij gebreke daarvan,
c) waarvan beide echtgenoten op het ogenblik van de aanhangigmaking van de zaak onderdaan waren; of, bij gebreke daarvan,
d) waar de zaak aanhangig wordt gemaakt."

Geen huwelijksakte

De bewijsregels van het forum gelden voor de echtscheidingsvordering. In concreto moet dus in België een huwelijksakte voorgelegd worden.

Kan deze huwelijksakte niet voorgelegd worden is in principe geen echtscheiding mogelijk in België, aangezien geen bewijs wordt geleverd dat er een huwelijk bestaat. De rechtbanken nemen veeleer een praktische houding aan. Afhankelijk kan het volstaan dat:

- De gemeente het huwelijk heeft erkend en het vermeld is in het bevolkingsregister;

- Soms volstaat het dat enkel het huwelijk vermeld staat in het bevolkingsregister;

- Andere rechter nemen genoegen met een verklaring van de verzoekende partij dat er een huwelijk bestaat;

- In de strengste gevallen wordt een aktevervangend vonnis gevraagd overeenkomstig de procedure van de artikelen 46-47 BW.