Schijnhuwelijk



Er is sprake van een schijnhuwelijk wanneer alle formele voorwaarden voor een huwelijk vervuld zijn, maar wanneer uit de feitelijke omstandigheden blijkt dat aan de essentiële voorwaarden van het huwelijk, m.n. de totstandkoming van een duurzame gemeenschap, niet voldaan is omdat het huwelijk enkel gericht is op een ander voordeel.

Dit voordeel zal in de meeste gevallen bestaan uit een verblijfsrechtelijk voordeel, maar kan ook bijvoorbeeld een fiscale of sociale reden hebben.


Rechtspraak

  • Krachtens artikel 16, § 2, 1°, WBN, zoals hier toepasselijk, kan de vreemdeling, die huwt met een Belg of wiens echtgenoot gedurende het huwelijk de Belgische nationaliteit verkrijgt, door een overeenkomstig artikel 15 afgelegde verklaring de staat van Belg verkrijgen indien de echtgenoten gedurende ten minste drie jaar in België samen hebben verbleven en zolang zij in België samenleven.

    Krachtens artikel 146bis Burgerlijk Wetboek is er geen huwelijk wanneer, ondanks de gegeven formele toestemmingen tot het huwelijk, uit een geheel van omstandigheden blijkt dat de intentie van minstens één van de echtgenoten kennelijk niet is gericht op het tot stand brengen van een duurzame levensgemeenschap, maar enkel op het verkrijgen van een verblijfsrechtelijk voordeel dat is verbonden aan de staat van de gehuwde.

    De rechters stellen vast dat de vreemdeling op 21 juni 2002 huwde met een Belgische vrouw en op 6 juli 2006 door een verklaring op grond van artikel 16 WBN de Belgische nationaliteit verkreeg.

    Zij oordelen dat dit huwelijk manifest een schijnhuwelijk is, aangezien de eiser en zijn Belgische echtgenote "nooit de intentie hebben gehad om een duurzame levensgemeenschap tussen hen tot stand te brengen" en het instituut van het huwe-lijk hebben misbruikt om een verblijfsrecht in België te bezorgen aan de eiser en het mogelijk te maken dat de eerste echtgenote van de eiser en hun drie kinderen zich hier zouden kunnen vestigen.

    23/01/2015 - Hof van Cassatie