Kinderen bij echtscheiding door onderlinge toestemming

Ouderlijk gezag en verblijfsregeling of recht op persoonlijk contact

Artikel 1288, 2° Ger. W. stipuleert dat de echtgenoten een (familie)overeenkomst moeten sluiten met betrekking tot “het gezag over de persoon en het beheer over de goederen van de kinderen en het recht op persoonlijk contact” en dit zowel gedurende procedure als na de echtscheiding.

 

Opgelet: het is noodzakelijk dat de echtgenoten in dit verband een sluitende en gedetailleerde regeling uitwerken. Indien de overeenkomst onvoldoende expliciet wordt geacht, zal de rechtbank de echtscheiding niet toestaan.

 

Zo moet de overeenkomst de modaliteiten van het gezag over de persoon en het recht op persoonlijk contact concreet bepalen.

De echtgenoten moeten derhalve - in het belang van hun kind(eren) – overeenkomen omtrent het feit of zij al dan geen co-ouderschap wensen in combinatie met hetzij een verblijfsregeling hetzij een recht op persoonlijk contact voor de andere ouder.

 

 

Alimentatie voor de kinderen

Artikel 1288, 3° Ger. W. bepaalt verder dat moet voorzien worden in welke mate iedere ouder dient bij te dragen in de kosten voor huisvesting, onderhoud, de opvoeding en de opleiding van de kinderen en dit zowel gedurende de procedure als na de echtscheiding.

 

Deze overeenkomst tussen de echtgenoten-ouders is bindend, doch kan na het definitief worden van de echtscheiding nog gewijzigd worden wanneer nieuwe omstandigheden buiten de wil van partijen hun toestand of die van de kinderen ingrijpend wijzigen. Voor meer informatie, klik hier.

 

 

 

Wat als één der ouders (plots) weigert de overeenkomst na te leven?

Wat betreft de uitvoering van deze overeenkomst, kunnen beide ouders zich beroepen op de hierboven weergegeven procedure van artikel 387ter BW.