Vereffening / verdeling van de huwgemeenschap

 

Algemeen

“Vereffenen en verdelen” veronderstelt het bestaan van een onverdeeldheid die eerst dient te worden vereffend alvorens deze kan worden verdeeld.

Van een onverdeeldheid is sprake wanneer verschillende personen gelijkaardige zakelijke rechten kunnen uitoefenen hetzij op dezelfde zaak, hetzij op eenzelfde geheel van activa en passiva (ook massa of boedel genaamd).

 

‘Vereffenen’ is in feite niet meer dan een boekhoudkundige verrichting die volgens specifieke juridische regels dient te geschieden en die de betaling van de schulden tot gevolg heeft.

 

Het Belgische recht kent verschillende huwelijksvermogensstelsels. Het recht dat van toepassing is op het huwelijksstelsel, bepaalt eveneens de gevolgen voor de ontbinding van dat stelsel en de regels van de vereffening-verdeling.

 

 Minnelijke vereffening en verdeling

Conform artikel 1205 Ger. W. kan de vereffening-verdeling te allen tijde minnelijk geschieden.

 

Wanneer geen onroerende goederen overgaan, is een onderhandse verdelingsakte voldoende.

 

Het staat partijen evenwel vrij om zelf een notaris aan te stellen en deze laatste alle verrichtingen van de vereffening-verdeling te laten doen.

 

De gerechtelijke vereffening en verdeling

Met de Wet van 13 augustus 2011 (BS 14 september 2011 – inwerkingtreding op 1 april 2012) heeft de wetgever een vernieuwde procedure inzake de gerechtelijke verdeling in het leven geroepen.

 

De belangrijkste doelstellingen van deze Wet bestaan erin de procedure te versnellen door blokkeringssituaties of nutteloze tussenkomsten van de rechtbank te verhinderen en aan partijen en de notaris-vereffenaar bindende termijnen op te leggen.

 

Om dit doel te bereiken heeft de Wet onder andere de volgende innovaties ingevoerd:

a)      In principe wordt slechts één notaris-vereffenaar aangewezen, wiens rol versterkt/actiever wordt;

b)     De afschaffing van de instelling van een notaris belast met de vertegenwoordiging van de afwezige en/of weigerachtige partijen;

c)      De instelling van een wettelijke aanvullende kalender voor de afwikkeling van alle verrichtingen.

Wanneer de partijen en de notaris geen akkoord bereiken omtrent de kalender, dan worden dwingende wettelijke termijnen opgelegd (artikel 1218 Ger. W.).

In sommige gevallen kan ook de rechter tussenkomen en dan ofwel termijnen opleggen, ofwel termijnen inkorten.

Opgelet: tenzij de partijen unaniem anders zouden beslissen, zal de notaris-vereffenaar geen acht slaan op de aanspraken, opmerkingen en stukken die buiten termijn werden aangebracht (artikel 1220 §1 Ger. W.)!

d)     De mogelijkheid om in elke stand van de procedure het bestaan van akkoorden tussen de partijen vast te stellen. Dergelijke akkoorden kunnen door de rechtbank geacteerd worden in een zogenaamd ‘akkoordvonnis’. De akkoorden kunnen ook door de notaris-vereffenaar in een proces-verbaal worden vastgesteld.

Dergelijke akkoorden zijn bindend en definitief voor de partijen!

e)      De notaris-vereffenaar die vaststelt dat een verdeling in natura niet mogelijk is, kan onmiddellijk een lastenboek voor de openbare verkoop opstellen, zonder dat deze en voorafgaande machtiging van de rechtbank dient te bekomen.