Afzonderlijke woonst

Het komt voor dat beide echtgenoten in de gezinswoning wensen te verblijven. Wanneer de voorzitter met dergelijk scenario wordt geconfronteerd, dient diens uitspraak onderbouwd te worden op grond van een objectief criterium.

Zo kan rekening gehouden worden met het feit dat de ene echtgenoot een onderkomen kan vinden bij ouders (of familie), terwijl de andere hiertoe niet in staat is. Evenzeer kan rekening worden gehouden met de professionele en financiële capaciteiten van een echtgenoot en dit om de financiële kostprijs van de huur van een afzonderlijke woonst ten laste te nemen.

Samenvattend kan gesteld worden dat de voorzitter – bij het afwegen van de veelal tegengestelde belangen – het exclusieve genot van de echtelijke woonst zal toewijzen aan deze echtgenoot die de familiale functie het best in stand kan houden en dit in de mate dat de woonst een sociale en affectieve band voor de kinderen betekent.

Belangrijk: De Wet Partnergeweld houdt een wettelijk schuldcriterium in, waardoor de autonomie van de voorzitter enerzijds beperkt wordt, nu hij rekening moet houden met de ingeroepen feiten (tenzij uitzonderlijke omstandigheden). Anderzijds staat het de voorzitter vrij om de procedure niet te schorsen in afwachting van een in kracht van gewijsde gegane uitspraak van de strafrechter.

Aanwijzingen van geweld zijn voldoende (zoals bijvoorbeeld een verklaring van het slachtoffer dat gestaafd wordt door een doktersattest).