Woonstvergoeding

Ook de voorzitter kan tijdens de echtscheidingsprocedure beslissen dat de ene echtgenoot aan de andere echtgenoot - ten voorlopige titel - een woonstvergoeding verschuldigd zal zijn wegens het exclusieve genot dat deze van de voormalige gezinswoning heeft.

MAAR: de rechtbank van eerste aanleg – die bevoegd blijft om zich uit te spreken over geschillen in verband met de vereffening-verdeling van het huwelijksvermogensstelsel dat tussen de echtgenoten heeft bestaan – is niet gebonden door de beslissing van de voorzitter.

Dit betekent dat enkel de rechtbank van eerste aanleg kan oordelen of er al dan geen woonstvergoeding verschuldigd was/is én of deze vergoeding al dan niet als de uitvoering van de hulpverplichting van artikel 213 BW dient weerhouden te worden.

Deze visie wordt gedeeld door het Hof van Cassatie (arrest d.d. 27 april 2001).